neerlandia 2

’t Leeshuus, originele leesbevordering in Oostende

‘Iedereen leest’, de slogan van het platform voor leesbevordering en leesplezier, vat treffend het doel en het succes van het Oostendse leescafé ’t Leeshuus samen. Dit leescafé bewijst dat je met de juiste inzet inderdaad iederéén aan het lezen kunt krijgen.

Leescafés zijn een vertrouwd verschijnsel in de Lage Landen. Van het Café Belcampo  in de prestigieuze oude tramremise De Hallen in Amsterdam tot het Leescafé op de eerste verdieping van de Bibliotheek in Hasselt bieden leescafés voor een breed publiek de kans om bij een kop koffie een boek, een krantje of een tijdschrift te lezen. Meestal zijn die leescafés stille ruimtes waar de leesbevordering zich beperkt tot de impliciete uitnodiging om te grasduinen in een ruim aanbod van kranten en tijdschriften.

Actieve leesbevordering

Bij het Oostendse Leeshuus is er meer . Daar is er een zeer laagdrempelige actieve leesbevordering in velerlei vormen. Op het eerste gezicht is ’t Leeshuus  een gewoon leescafé. Aan de tafels en op het terras zitten mensen te lezen en te keuvelen bij een kop koffie, een wijntje of een West-Vlaams streekbier. Maar heel terecht staat er op een zijpaneel van het terras: “Ceci n’est pas un café, maar veel meer dan dat!”

Anders dan in de meeste leescafés kunnen geïnteresseerde lezers hier uit de overvloed van boeken in de open rekken tegen de muren vrijelijk boeken kiezen die ze dan ter plekke kunnen lezen of voor een prikje kunnen kopen. Het café is immers tegelijk een tweedehandsboekhandel waar de boeken keurig thematisch geordend zijn. En er is werkelijk ‘voor elck wat wils’. Je vindt er even goed een afdeling ‘romantiek’ als een afdeling ‘strips’, ‘kinderboeken’, ‘reizen’, ‘filosofie’, ‘geschiedenis’ of ‘kunst’. Hier is niet een specifiek publiek beoogd. De academicus vindt er even goed zijn gading als de anderstalige vluchteling. En ze zijn allebei even welkom.

’t Leeshuus zet werkelijk op alle manieren in op het actief promoten van literatuur en alle andere soorten van het geschreven en gesproken woord en dit in alle geledingen van de samenleving. Het is een leesoase voor de hedendaagse superdiverse maatschappij. De vrijwilligers waarop dit project drijft, richten zich heel speciaal op die groepen in de maatschappij die om een of andere reden moeite hebben om actief en volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Het gaat hier duidelijk om een inclusief sociaal project met taal en literatuur als focus.

De poging om alle groepen uit de maatschappij aan het lezen te zetten, blijkt uit de verschillende initiatieven die worden genomen. Zo is er een leesclub Nederlands voor anderstaligen, die anders dan cursussen Nederlands voor anderstaligen niet een systematische taalleergang aanbiedt, maar gewoon sessies Samen Lezen in het Nederlands. Deze sessies onder de veelzeggende titel “Duwtje in de rug” bieden voor een publiek van anderstaligen van uiteenlopend taalniveau verhalen of gedichten aan in het Nederlands die meteen als concrete aanleiding fungeren voor gesprekken.

Literatuur als houvast

Geïntrigeerd door deze originele aanpak, wou ik van de vrijwilligster Bea de Rouck, die deze sessies leidt, graag horen hoe ik mij zo’n sessie moest voorstellen en wat dan wel het “duwtje in de rug” was. Zij vertelde enthousiast dat de aanpak geïnspireerd is op de succesvolle methode van Dr. Catherine Davies Promoting language development via shared reading. Die methode van gedeelde lectuur bestaat erin dat de sessieleider een verhaal of gedicht hardop voorleest. Dat verhaal gaat dan over een thema dat de hele groep kan aanspreken en dat iedereen ook op zichzelf kan betrekken. Verhalen uit de literatuur die gaan over liefdesverdriet, eenzaamheid, geluk zijn van alle tijden en spreken iedereen aan. Deelnemers hoeven niet vooraf iets te lezen of te studeren, ze behelpen zich in het gesprek met hun eventueel beperkte taalvaardigheid, terwijl ze zo toch spontaan talige weerbaarheid verwerven. Elke inbreng is welkom. Ze delen hun reacties, hun verwondering, hun herkenning, hun emoties. Literatuur  wordt op die manier een inleefervaring. Het gaat hier niet om de literaire kwaliteit van de teksten, noch om de biografische gegevens van de auteurs. Het “duwtje in de rug” is het soelaas in de tekst voor wie het soms moeilijk heeft en hier de mogelijkheid krijgt om over zijn of haar persoonlijke ervaring te praten.

Met diezelfde methode van samen lezen wordt er ook een leesclub Engels Shared Reading verzorgd. En ook hier is het samen lezen de essentie van de sessies, maar tegelijk het uitgangspunt van luisteren, genieten, ervaren, herinneren, vertellen, mijmeren… Voor wie zijn Frans wil bijspijkeren zijn er sessies van de Auberge espagnole, geleid door een Franstalige coach, die even graag ingaat op door de deelnemers zelf meegebrachte teksten als op kleine actuele tekstjes.

De Engelse en Franse sessies trekken meestal een ouder publiek, vooral ook omdat de sessies overdag plaatsvinden. Het Nederlands voor anderstaligen spreekt natuurlijk een diverser publiek aan, zowel in leeftijd als in achtergrond. Vaak gaat het om een publiek dat niet zo vertrouwd is met lezen en literatuur. Als het goed is, krijgt lezen via het samen lezen een bevoorrechte plaats in het leven en gaat er een onvermoede wereld open.

’t Leeshuus is op die manier in enkele jaren tijd een bevoorrechte ontmoetingsplaats geworden waar iedereen met belangstelling voor lezen welkom is. Om de interactie tussen de bezoekers te bevorderen is er gekozen voor grote tafels in het café zodat er gemakkelijk spontaan gesprekken kunnen ontstaan. Met literaire evenementen wilden de organisatoren de ontmoetingen nog intenser en hechter maken. Zo was er gestart met een project “Zet je nere” (Ga zitten) waarin literatoren op een gezellige babbel werden uitgenodigd. De bedoeling was om auteurs over hun boeken te laten praten met het  publiek. Maar nadat Marijke Pinoy begin maart gepassioneerd het spits afgebeten had van een geplande veertiendaagse reeks, gooide corona bruusk roet in het eten en werd het initiatief voortijdig gefnuikt.

Overleven met corona

Corona is voor ’t Leeshuus een dramatische spelbreker geweest. Niet alleen werd het café gesloten, maar ook alle leesclubs werden afgelast. De boekenverkoop, die in het café plaatsvond, werd evenzeer abrupt afgebroken. Financieel was dat een ramp, want het leescafé krijgt geen cultuursubsidie. Financieel moet dit project het rooien met de opbrengst van het café en van de boekenverkoop. De boeken zijn afkomstig van donaties en bestaan soms uit waardevolle verzamelingen van overledenen, maar soms ook uit privé-opruimingen.  Uiteraard zijn de loten boeken die binnenkomen dan rijp en groen door elkaar. Gelukkig zijn er enkele vrijwilligers die met kennis van zaken kunnen selecteren en sorteren, zodat het boekenbestand keurig geordend kan worden. Maar natuurlijk moeten de boeken ook verkocht kunnen worden om inkomsten te verzekeren. Daarom is er na de covid19-maatregelen nu ook verkoop via de website georganiseerd. En om het project in leven te kunnen houden is de vrijwilligersploeg daarnaast een operatie ’boekensteun’ gestart. Boekensteun mag hier zowel letterlijk als figuurlijk opgevat worden, want het gaat letterlijk om de online veiling van witte ‘boekensteunen’ die gesigneerd zijn door kunstenaars en schrijvers, maar figuurlijk gaat het natuurlijk om de steun aan het boekenproject. Met de opbrengst van de veiling half oktober hoopt men de overleving te kunnen verzekeren.  

Dat zo’n project overleeft zou voor de leesbevordering en het leesplezier van een breed publiek niet alleen een positief signaal zijn maar zou tevens de voorbeeldfunctie ervan versterken voor nieuwe actieve leesbevorderingsprojecten.

Artikel is verschenen in het tijdschrift Neerlandia (4/2020)

Ludo Beheydt is emeritus hoogleraar Civilisation néerlandaise en Linguistique néerlandaise aan de Université catholique de Louvain, Hij is lid van de redactie van Neerlandia.